Voordat u besluit uw eerste huis te kopen dient u zich af te vragen of u een eigen huis verkiest boven een huurwoning. Bij het maken van deze keuze zijn de volgende argumenten van belang.
Veelal laat men zich leiden door een vergelijking van de totale kosten. Hiervoor zijn berekeningen gemaakt door het CBS en de Vereniging Eigen Huis.
| Voordelen koophuis | Voordelen huurhuis |
|---|---|
| Het bezit van een eigen woning leidt tot de opbouw van eigen vermogen. Door de aflossingen op de hypotheek en door de waardestijging van het onroerend goed bouwt de eigen huis bezitter over het algemeen een aardig kapitaal op. Het betalen van huur leidt op geen enkele manier tot eigen vermogen. | Een huurder, die verhuist, hoeft alleen het huurcontract op te zeggen tegen de daarvoor geldende termijn. De verkoop van een eigen woning is moeilijker. Wordt een woning binnen een paar jaar na aankoop alweer verkocht, dan ontstaat vaak een klein verlies, omdat de éénmalige kosten (overdrachtsbelasting, notariskosten, afsluitprovisie van de hypotheek) nog niet helemaal terugverdiend zijn met de waardestijging van de woning. |
| Van de totale lasten bij een koopwoning is een aanzienlijk deel (de hypotheekrente) fiscaal aftrekbaar. Betaalde huur is niet aftrekbaar. |
Waar de huurder meestal alleen de kleine reparaties in huis zelf dient te betalen, is het onderhoud van de eigen woning geheel voor rekening van de eigenaar. De kosten van onderhoud zijn niet fiscaal aftrekbaar. |
| Een huurder zal waarschijnlijk te maken krijgen met huurverhogingen. De hypotheeklasten van de eigenaar worden door de inflatie relatief lager. |
De huurder van een woning betaalt geen onroerendezaakbelasting. De bewoner van een eigen woning wel. (Het gebruikersdeel van de onroerende zaakbelasting is per 1-1-2006 voor beiden afgeschaft.) |
| De eigenaar kan zijn woning naar believen aanpassen. De huurder is door zijn huurcontract meestal gehouden het pand bij het verlaten op te leveren in de staat waarin hij het betrok. Dit kan tot onaangename verrassingen leiden. |
De meeste argumenten om voor een koop- danwel een huurwoning te kiezen zijn van financiële aard. Het zou mooi zijn, indien u bij uw keuze uit zou kunnen gaan van een vergelijking van de totale kosten van huren en kopen.
Een dergelijke vergelijking is in zijn algemeenheid moeilijk te maken. Ten eerste zijn een aantal externe factoren niet bekend, zoals de gemiddelde huurstijging, de ontwikkeling van de huizenmarkt, de gemiddelde hypotheekrente en de inflatie in die komende periode. Ten tweede is een dergelijke vergelijking afhankelijk van onzekere factoren, die u zelf betreffen, bijvoorbeeld de hoogte van uw inkomen en daarmee de renteaftrek of de te verwachten ontwikkeling van uw inkomen (maakt u carrière , gaat u of uw partner minder werken , gaat u tijdens de looptijd van de hypotheek met (vervroegd) pensioen etc.). Ten derde is de vergelijking afhankelijk van welke hypotheekvorm u zou kiezen.
Een goede hypotheekadviseur heeft de programmatuur om een vergelijking tussen kopen en huren door te rekenen, die aansluit op uw persoonlijke omstandigheden en toekomstperspectieven.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek stelt dat het kopen van een huis
vaak veel voordeliger is dan het huren van een woning (Algemeen Dagblad, 7 februari 1996). In een rekenvoorbeeld met als uitgangspunt een woning van
Het CBS gaat gemakshalve wel voorbij aan de kosten van het huurwaardeforfait, het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting en de kosten van onderhoud.
De Vereniging Eigen Huis heeft de kosten van een huurhuis over een langere periode met de kosten van een eigen woning vergeleken. Hierbij bleek bijvoorbeeld dat een huurder die een woning tegen een huidige kale huurprijs van