Een belangrijke keuze bij het afsluiten van uw hypotheek is de keuze tussen :
Naast deze beide mogelijkheden komen er tussenvormen voor zoals :
Zoals de naam al zegt, kan een variabele rente op ieder ogenblik door de bank gewijzigd worden. In de praktijk betekent dit dat de rente met een bepaalde opslag gekoppeld is aan de geldmarkt (de markt voor kort geld). Een enkele bank koppelt de rente ook wel aan de kapitaalmarkt (de markt voor lang geld). Gaat het tarief, waaraan de bank haar variabele hypotheekrente gekoppeld heeft omhoog of omlaag, dan volgen de tarieven van de hypotheken met variabele rente.
Uit de grafieken kunt u afleiden, dat de geldmarkt begin jaren '90 bijvoorbeeld nog 7 procent hoger was ! Kiest u voor een dergelijke rente, dan moet u dus wel de nodige ruimte in uw budget hebben.
Over het algemeen kan gesteld worden dat vaste rentes duurder zijn dan variabele rentes. De hypotheek met een variabele rente is over een grote periode gemiddeld altijd het goedkoopste. In een periode dat de rente historisch laag is en de verwachting is dat de rente zal stijgen, kan het echter voordelig zijn om de rente vast te zetten. Dit lijkt nu het geval te zijn (zie de rentegrafieken).
Bij een vaste rente blijft de rente voor de afgesproken periode ongewijzigd. Na afloop van deze periode kunt u meestal opnieuw kiezen voor welke periode u de rente vast zet en soms kunt u dan ook weer een variabele rente kiezen. Soms is er geen keuzemogelijkheid en wordt de rente opnieuw voor eenzelfde periode vast gezet. Die laatste mogelijkheid is natuurlijk erg onhandig, omdat dat ertoe kan leiden dat de rente op een moment dat de rente hoog is, voor een lange periode vast komt te staan.
Het belangrijkste voordeel van een vaste rente is dat u een stuk zekerheid koopt.
Een "startrente" of "instaprente" is meestal een (lage) 1, hooguit 2 jaar, vaste rente. Typerend voor de startente is dat men de mogelijkheid geboden krijgt om tijdens deze renteperiode de rente kosteloos om te zetten naar een aanta l andere renteperiodes. Een startrente kan normaalgesproken alleen bij het aangaan van een nieuwe hypotheek gekozen worden.
Een startrente is interessant als de rente laag is, maar volgens de verwachtingen nog verder zal dalen. Door de startperiode heeft u de mogelijkheid nog even te wachten voor u de rente definitief voor een langere periode vastzet en kunt u dus nog profi teren van eventuele rentedalingen.
Bedenk dat de uiteindelijke rente waarschijnlijk een stuk hoger zal zijn dan de startrente.
Bij een startrente loopt u natuurlijk het risico, dat de rente omhoog gaat en u niet meer kunt vastzetten tegen het tarief dat u bij aanvang voor die rentevastperiode had kunnen krijgen. Bovendien bieden banken bij het binnenhalen van nieuwe klanten vaak wat scherpere tarieven, dan zij aan haar bestaande klanten bieden.
Soms lijken banken een "startrente" aan te bieden, zonder het risico van rentestijgingen. Bij dergelijke rentes, veelal "instaprentes" genoemd, wordt bijvoorbeeld afgesproken, dat de rente bij een renteverhoging nog een aantal dagen tegen het oude tarief vastgezet kan worden voor 10 jaar. Het 10-jaarstarief dat dan zal gelden, wordt bij het aangaan van de financiering reeds afgesproken.
Bedenk wel, dat deze aanbiedingen vaak minder aantrekkelijk zijn, dan ze lijken. Stijgt de rente bijvoorbeeld na 3 maanden en zet u de rente vervolgens voor het afgesproken percentage 10 jaar vast, dan heeft u dus in feite 3 maanden een fikse rentekort ing gehad. Bedenk echter dat het voordeel van een rente, die gedurende 3 maanden 3 % lager is, minder is dan een rentekorting van 0,1 % over de gehele looptijd van 10 jaar. Had u dus meteen een rente van 10 jaar vast kunnen krijgen voor een rente, die 0,1 % lager was, dan het tarief bij vastzetten na de instaprente, dan was u voordeliger uitgeweest.
Verschillende banken bieden rentevormen aan, die een soort mengeling zijn van een variabele en een vaste rente. Ze worden onder een scala aan verschillende namen in de markt gezet, zoals flexrente, margerente, balansrente, comfortrente, rentestabiel etc.. Deze rentes hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat gedurende een bepaalde periode, varierend van 5 jaar tot de gehele looptijd, de rente slechts stijgt of daalt als de rente verder dan een bepaalde bandbreedte daalt of stijgt. Indien een dergelijke rente bijvoorbeeld afgesloten wordt tegen 6,5 % en met een bandbreedte van 1 %, dan gebeurt het volgende bij rentestijgingen of dalingen. Stijgt of daalt de hypotheekrente minder dan 1 % dan gebeurt er niets. Stijgt de hypotheekrente bijvoorbeeld 3 % dan stijgt de rente 2 % (3 minus de bandbreedte van 1). Hetzelfde doet zich voor bij rentedalingen, hoewel er ook produkten op de markt zijn, die bij dalingen geen marge kennen.
Een dergelijke rente lijkt het meeste op een variabele rente, waarbij de effecten van rentedalingen en stijgingen gedurende een afgesproken termijn gedeeltelijk (ter grootte van de bandbreedte) gedempt worden. Uit de grafieken blijkt dat de renteschommelingen aanzienlijk groter kunnen zijn dan de geboden bandbreedtes van 1 à 2 %. Dat betekent dat deze rentevormen slechts een klein stukje van de zekerheid bieden, die een vaste rente biedt.
Deze rentes worden aan de geldmarkt gekoppeld, de inkoopprijs voor de bank is daarmee vergelijkbaar met die voor de variabele rente. Laat u niet misleiden deze rentes zijn geen vaste rentes